Christelijke meditatie

De stilte opzoeken is een van de karakteristieken van de christelijke traditie. Jezus trok de woestijn in als hij zich wilde afzonderen van de wereld. Vanaf de derde eeuw trokken mannen en vrouwen de woestijn in om zich over te geven aan de stilte en het gebed.

Maria van Egypte leefde zevenenveertig jaar als kluizenares in de woestijn aan de overkant van de Jordaan. Een andere kluizenaar, Simeon de pilaarheilige, trok zoveel volgelingen dat hij op een steeds hogere pilaar ging wonen, om maar de stilte te behouden. Antonius trok zich terug in een woestijngrot als kluizenaar. Zoveel mensen zochten bij hem inspiratie, dat hij ondanks zichzelf de stichter van het eerste mannenklooster is geworden.

Het woord meditatie stamt af van het Latijnse werkwoord meditari. Dat wordt wel vertaald met: overwegen of oefenen. Meestal betekende dit dat mensen mediteerden over teksten, zoals Bijbelteksten. Meditatie vraagt om het je eigen maken, bijvoorbeeld door teksten halfluid te blijven herhalen totdat ze eigen zijn geworden (ruminari). In kloosters leven de monniken en zusters in veel gevallen de hele dag in stilte, onderbroken door het bidden (zingen) van de getijden. Benedictus, de grondlegger van de benedictijnse kloosters in het westen, verbindt in zijn kloosterregel meditatio aan ruminatio: het door je heen laten gaan van een gedachte of (bijbels) woord om erop te herkauwen.

Christelijke meditatie streeft ernaar dichter bij God, of: het goddelijke te komen. Daartoe kent de lange christelijke traditie een veelheid aan meditatievormen. Om er een paar te noemen:

  • stilte
  • (psalm)gebed
  • lectio divina
  • meditatief wandelen
  • repetitief gebed, zoals het Jezusgebed of de rozenkrans
  • meditatieve dans
  • labyrint lopen
  • meditatief zingen
  • Ignatiaanse beeldmeditatie

Meedoen? Zie de agenda voor groepen en activiteiten.