Veronica – De kracht van kwetsbaarheid

Het verscheurde mijn hart om hem zo te zien: met de striemen op zijn rug, de handen verkrampt gebogen om dat kruis dat veel te zwaar woog op zijn rug. De menigte van joelende en scheldende mensen langs de kant van de weg. De soldaten lachten alleen maar: met nog meer zweepslagen dreven ze hem voort, alsof hij een os was in plaats van een mens. Zweet en bloed drupte van zijn voorhoofd. Deze man had mij zo geraakt, nog niet zo lang geleden. Toen ook een joelende menigte, maar dan vol bewondering en jubel. Zijn apostelen probeerden de mensen bij hem weg te houden maar dat was helemaal niet nodig: hij liep zelf naar de mensen toe om ze aan te raken.

Aanraken, ik ook. Ik wilde hem aanraken. Hoop had me naar hem toe gedreven. Al jaren leed ik aan bloedverlies en krampen. Steeds als het even voorbij leek, begon het weer opnieuw. Ik lag vaker op bed dan dat ik kon leven. En toen hoorde ik over deze rabbi Jezus, dat hij genezende krachten had.

Die wil ik zien! Die moet ik aanraken!

Hij was kleiner dan ik verwacht had. Ik kon hem bijna niet vinden in de menigte, maar toen ik me zelf bukte om onder de mensen door te kruipen, was ik snel bij hem. Ik moet hem aanraken, dacht ik. Mijn hand kwam niet verder dan zijn kleed, toen keek hij mij aan met een blik waarvan je hart stil gaat staan. Sindsdien loop ik niet meer gebukt, ga ik rechtop.

En nu stond ik hier aan de weg en ging hij gebukt. Ik weet niet wat me bezielde toen ik mijn hoofddoek van mijn hoofd trok. Ik stak mijn hand uit en depte zijn gezicht met mijn doek. Weer keek hij mij aan. Nu was hij het die geraakt was door mijn simpele gebaar. De soldaten joegen hem alweer verder. Ik probeerde met hem mee te lopen maar ik liep tegen armen aan, struikelde over benen. Ik raakte hem kwijt. Ja, ik weet hoe het verder is gegaan. Anderen vertelden hoe ze hadden toegekeken terwijl hij aan het kruis geslagen werd, het kruis rechtop getrokken werd, hij daar maar hing.

Die avond thuis vouwde ik mijn hoofddoek op en legde hem weg. Hij was vuil van zweet en bloed, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om de doek te wassen. Hij was een soort van heilig. Ik pakte een andere hoofddoek om te dragen.

Een keer kwam een vrouw en vroeg naar de doek. Ik was verbaasd, wilde hem niet afgeven; het was mijn persoonlijke herinnering. Maar ze drong aan. Ze had een droom gehad dat deze doek – precies deze en geen andere – haar kon helpen om een geliefde te genezen van een nare ziekte. En het gebeurde zoals zij gedroomd had. De aanraking van de doek gaf haar familielid zijn kracht terug. En toen zag ik het: het was niet zomaar vuil van bloed of zweet, het was zíjn gezicht dat ik zag, tegelijkertijd kwetsbaar en vol compassie.

En nog iedere keer als ik in de stad mensen zie die gebukt gaan, zie ik zijn gezicht. Het lijkt alsof zijn gezicht niet alleen op de doek terecht gekomen is, maar ook in iedere lijdende mens is gaan zitten. Ik zoek de ontmoeting, niet omdat ik iets aan hun lijden kan doen, maar omdat ik in hun kwetsbaarheid het gezicht van Christus herken.

Jullie noemen mij Veronica, ik word herinnerd in de zesde statie van de kruisweg. Mijn eigenlijke naam is bewaard gebleven in het evangelie van Nicodemus: Bernike.

Bericht auteur: Marian Geurtsen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *