Bid en werk – Benedictus

Benedictus is al jong naar Rome gegaan om te studeren. In de stad ziet hij hoe verdorven de mensen leven en hoe weinig aandacht ze hebben voor het goede. ‘Zo’n leven is niets voor mij’, zegt hij tegen zijn oudere zus Scholastica. Zij woont in een klooster. ‘Ik wil de liefde van God zoeken en daar mijn leven aan wijden.’

Hij trekt de bergen in om monnik te worden. In de vijfde eeuw leefden monniken soms alleen, soms in groepen. Benedictus leeft alleen in een grot. Op een dag krijgt hij bezoek van een priester. Na een mooi gesprek zegt de priester hem: ‘Eet mee van wat ik meegenomen heb.’ Benedictus wil weigeren, want hij is gewend om te vasten. ‘Maar het is Pasen,’ roept de priester, ‘dat is toch geen dag om te vasten!’ Benedictus schaamt zich. Vanaf dat moment leeft hij meer bij het ritme van het jaar.

Een groep monniken vraagt aan Benedictus of hij hun abt wil worden. ‘Daar zullen jullie spijt van krijgen,’ waarschuwt hij, ‘want jullie houden mijn strenge leefregels vast niet vol.’ Maar als de monniken aandringen laat Benedictus zich overhalen. En al snel vinden de monniken Benedictus zo streng dat ze van hem af willen. Op een avond zet een broeder een glas wijn voor hem klaar zoals gewoonlijk. Benedictus maakt zoals altijd een kruisteken over het glas om de wijn te zegenen. Op dat moment springt het glas kapot en loopt de wijn weg. Benedictus begrijpt meteen dat de broeders de wijn hebben vergiftigd.

‘Ik moet hier weg’, zegt hij tegen Scholastica en hij sticht een nieuw klooster in Montecassino.

Benedictus schrijft voor de monniken een Leefregel. Het belangrijkste is bid en werk (‘ora et labora’). Een heel leven wijden aan de liefde voor God, dat doe je niet door de hele dag verliefd naar de hemel te staren. Regelmaat is de beste basis voor een gezonde spiritualiteit. Zeven maal per dag gaan de monniken naar de kapel om te bidden. Daarnaast maakt hij tijd om te lezen: iedere dag een uur. En daar tussendoor moet er gewerkt worden: op het land, in de keuken, in de wasserij, in de bierbrouwerij of de boekbinderij. Benedictus heeft namelijk bepaald dat kloosters onafhankelijk moeten zijn. Als je geld aanneemt van rijke mensen, dan zul je ook geneigd zijn om rijke mensen meer te dienen dan arme mensen. Geld moet geen rol spelen, vindt Benedictus. En zo leven veel monniken en zusters vandaag nog steeds. In sommige kloosters schrijven ze boeken; in de middeleeuwen was dat echt monnikenwerk, maar tegenwoordig worden boeken gedrukt in plaats van geschreven. Andere kloosters staan bekend om hun bier. Of ze maken spullen voor de kerk, zoals de Abdij van Egmond waar je kaarsen kunt kopen.

Gelijke monniken, gelijke kappen, zegt een spreekwoord. Maar dat is niet zoals Benedictus het voorschrijft. Want ook al heeft iedere monnik dezelfde kap en lijken ze uiterlijk op elkaar, hun karakters verschillen. Geef daarom iedere monnik wat hij nodig heeft om te groeien in zijn liefde voor God, ook als dat is niet voor iedereen hetzelfde is. ‘Gelijke monniken, ongelijke kappen’zou een beter gezegde zijn.

Regelmatig zoekt hij Scholastica op. Op een keer vraagt ze hem of hij blijft voor de nacht, maar Benedictus wil per se naar huis. ‘Als jij niet naar me luistert, dan misschien de hemel wel.’ Daarop barst er een onweer los zo hevig dat hij pas de volgende ochtend naar huis kan. Drie dagen later ziet hij een witte duif naar de hemel vliegen. Scholastica is overleden, realiseert hij zich. Niet veel later sterft hij zelf ook.

Bericht auteur: Marian Geurtsen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *