Helena de reislustige

18 augustus / 14 september (kruisvinding)

Wie zegt dat vrouwen vroeger alleen maar thuis bij de kinderen bleven en borduurwerk deden? Helena had in ieder geval had heel andere hobby’s dan borduren of appelmoes maken. Zij had dan ook de keuze: zij was de moeder van keizer Constantijn, de eerste keizer van het Romeinse Rijk die het christelijk geloof aannam in het jaar 313.

Helena hield meer van reizen. In die tijd had je nog geen treinen of vliegtuigen. Op reis gaan betekende dat je maanden of jaren van huis was. Je wist nooit waar je onderweg rovers tegenkwam of ziek werd van de pest. Een rugzaktoerist was ze bepaald niet: ze reisde waarschijnlijk op haar eigen schip met haar eigen kok en haar eigen badkamer en haar eigen kapster aan boord. Maar ze was dan ook al bejaard toen ze aan haar reis naar Jeruzalem begon.

Helena wil dicht bij de plaatsen zijn waar Jezus de aarde heeft geraakt met zijn voeten, zijn handen, zijn lijf. Alles waar hij contact mee heeft gehad wil ze zien, vasthouden. En als het kan, meenemen. Daarvoor moet ze wel schatgraven. Het is immers wel bijna driehonderd jaar na de dood van Jezus. Het is niet alleen ver weg, maar ook een reis in de tijd. Jeruzalem is sinds de dood van Jezus tweemaal verwoest door oorlog en opnieuw opgebouwd, onherkenbaar voor de mensen uit de eerste eeuw. En pas nu de keizer zelf christen is, is het veilig om naar de heilige plaatsen te zoeken.

Helena struint door de omgeving van Jeruzalem en Bethlehem. Zou hier de grot zijn waar Jezus geboren is? Ze wil net als de drie wijzen hem aanbidden. Ze laat er meteen een kerk bouwen. En verder zoekt ze: naar het einde van Jezus’ leven. Waar is hij veroordeeld? Waar heeft hij het kruis gedragen? Waar is zijn kruis gebleven? Waar zijn graf? In de eerste eeuwen wilden de romeinse heersers liever geen toeristen naar die Jezus die bekend stond als koning en Gods zoon. Keizer Hadrianus had met opzet op de heuvel een tempeltje gebouwd voor Venus.

“Breek deze tempel af en begin hier met graven,” beveelt ze, zoals natuurlijk alleen een keizerin kan bevelen. En ja hoor: diep onder de tempel vinden ze drie kruisen. Maar welke is nu het heilig kruis waaraan onze Verlosser heeft gehangen en welke zijn van de twee misdadigers die naast hem hebben gehangen? Helena neemt geen genoegen met minder dan het ware kruis van Jezus. Ze kent in Jeruzalem een vrouw die op sterven ligt en brengt haar in contact met ieder kruis. Als de vrouw op het eerste kruis wordt gelegd, gebeurt er niets. “Dit is niet het goede kruis,” ziet Helena. En als de vrouw op het tweede kruis werd gelegd, net zo. Maar zodra de ernstig zieke vrouw in aanraking komt met het derde kruis, voelt ze zich ogenblikkelijk genezen: ze gaat rechtop zitten en kan weer lopen naar huis. “Dit is het ware kruis,” roept Helena verheugd. Ze laat het in drie stukken zagen: een deel blijft in Jeruzalem in de Heilig Grafkerk die ze laat bouwen; een tweede deel neemt ze mee naar Rome, en het derde deel stuurt ze naar Constantinopel, waar Constantijn woont.

In de loop van eeuwen hebben mensen stukjes van het kruis gekregen of zelf afgebroken. Over de hele wereld zijn nu splinters heilig kruis te vinden. Zijn ze dan wel echt? Ze zijn in ieder geval verbonden met het verhaal van Christus. Net als de spijkers en de doornenkroon die in Parijs ligt en het hemd van Jezus in Trier. Alles om maar contact te houden met de geneeskracht van Christus, ook als je niet de reis naar Jeruzalem kunt maken.

Bericht auteur: Marian Geurtsen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *