De armen van Sint Maarten

Het verhaal van Sint Maarten en de bedelaar ken je natuurlijk: hoe Maarten bij de stadpoort van Amiens een dakloze zag zitten die blauw zag van de kou. Maarten was toen nog geen sint maar een gewone soldaat, en hij kon het niet nalaten om zijn soldatenmantel in tweeën te snijden. De helft gaf hij aan de dakloze en de andere helft hield hij zelf. Er wordt wel gezegd dat hij niet meer dan de helft weg kon geven omdat een soldatenmantel voor de helft eigendom is van het Romeinse leger en voor de andere helft zijn eigendom. Wie weet is dat zo. Die nacht droomde hij dat Christus hem zei: ‘Dank je, Maarten, voor de mantel waarin die je mij hebt gekleed.’ Zo herinnert Maarten ons eraan dat we altijd respect moeten hebben voor de armen, want in iedere arme kunnen we Christus tegenkomen. Hieruit is het bedelfeest ontstaan waarbij kinderen langs de deuren gaan en Sint-Maarten-liedjes zingen in ruil voor snoep.

Jaren later woont Sint Maarten in een klooster in de buurt van Tours als daar een nieuwe bisschop gekozen moet worden. Sint Maarten voelt er niets voor om het sobere klooster in te ruilen voor een bisschoppelijk paleis en precies daarom kiezen de mensen hem als bisschop. Hij houdt zich schuil in het klooster, daarom verzinnen de inwoners van Tours een list.
‘Mijn zuster is ziek.’ Een man staat in tranen aan de poort van het klooster. ‘Ik ben bang dat ze sterft als u niet meekomt om voor haar te bidden.’ Op zo’n vraag kan Sint Maarten niet weigeren. Zodra hij echter een stap in de stad heeft gezet, wordt hij ontvoerd door een menigte mensen. Triomfantelijk tronen ze hem mee naar de kerk en zo wordt hij toch tot bisschop gewijd. (Anderen zeggen dat hij zich verschuilde in een ganzenhok. De ganzen gakten zo opgetogen dat de mensen hem al snel vonden. Zo ontstond de traditie om gans te eten op zijn feestdag.)

Op een dag als het tijd is om de mis te doen, wordt hij door een arme vrouw gevolgd naar de kerk. De arme heeft geen draad om het lijf om haar te beschermen. Bij de kerk aangekomen vraagt hij aan zijn diaken: ‘Wil jij even wat kleding halen voor dit kind van God?’ De diaken heeft het echter veel te druk met andere dingen: hij moet de miskelk en het altaarboek nog klaarleggen, en niet te vergeten de knielkussens. Sint Maarten wordt nu wel ongeduldig. Hij trekt gauw zijn eigen hemd uit en geeft het aan de arme vrouw. Blij gaat zij ervandoor. Sint Maarten blijft in een hoekje van de sacristie staan zonder hemd. ‘Waar blijft u?’, roept de diaken hem. ‘Het is allang tijd om de mis te beginnen.’ ‘Ik kan de mis niet vieren zolang er nog een kind van God naakt rondloopt.’ Zuchtend gaat de diaken naar de markt. Hij komt terug met het goedkoopste hemd dat hij heeft kunnen vinden. ‘Hier is het hemd voor dat arme kind van God van u.’ Zonder dat de diaken het merkt schiet Sint Maarten het aan. Het is te kort en te wijd en de stof is veel te dun. Als Sint Maarten de kerk in loopt, bedekt het hemd nauwelijks zijn knieën. En zodra hij de armen omhoog heft om te bidden, vallen de mouwen naar beneden zodat de dunne armen van de man bloot vallen. De mensen in de kerk weten niet wat ze zien. Heel even maar. Dan verschijnen engelen uit de hemel die bloemen in alle kleuren en vormen over de armen en het lichaam van de heilige man strooien. Zo wordt Sint Maarten, die zijn eigen kleren weggaf, door Gods engelen mooier gekleed dan de rijkste vorst op aarde.

Bericht auteur: Marian Geurtsen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *