Meditatie met de rozenkrans

Als je denkt aan meditatie, zal de rozenkrans niet als eerste bij je opkomen. Veel mensen denken meteen aan oude vrouwen die op zaterdagochtend in een zijkapel van de kerk wat onverstaanbaars bidden. Buiten de kerk is een workshop rozenkrans maken een manier om Maria als moedergodin te eren of hangt de rozenkrans te koop bij het Kruidvat. Dit staat ver van nieuwe generaties geloofszoekers die zich verdiepen in meditatietechnieken van het oosten, zoals Zen en mantra’s bidden.

Mantra’s bidden bestaat niet in de christelijke traditie. Toch? Toen ik tijdens mijn opleiding christelijke meditatie het Jezusgebed tegenkwam, moest ik denken aan de rozenkrans van mijn grootmoeder: is het bidden van de rozenkrans niet ook een vorm van meditatie? De doorgaande reeks OnzeVaders en Weesgegroetjes houdt je bezig zodat je gedachten geen kans krijgen om af te dwalen. De eindeloze herhaling is rustgevend. En het bidden verbindt mij met mijn moeders en voormoeders voor wie het rozenkransgebed structuur gaf aan het leven. Zelf ben ik er niet mee opgegroeid; in de jaren zeventig speelde de rozenkrans geen rol in een goed katholiek huisgezin. Maar in mijn tas draag ik altijd de zilveren rozenkrans van mijn grootmoeder – ze stierf lang voordat ik geboren werd. Het was aanleiding om uit te zoeken hoe het zit met het rozenkransgebed en de band met Maria. Kan de rozenkrans een nieuwe betekenis krijgen en weer actueel worden voor vandaag?

Psalter van de armen

Christenen zijn niet de enigen met een gebedssnoer. De hindoes kennen de mala en de moslims hebben een tasbih met negenennegentig namen voor God. De woestijnvader Antonius in de vierde eeuw was misschien wel de eerste christelijke monnik die een knopenkoord gebruikte om onophoudelijk God te lofprijzen. In het Belgische Nijvel is een gebedssnoer gevonden dat volgens de overlevering van de heilige Gertrudis was, gestorven in 659. Waarschijnlijk bad zij er Onze Vaders mee want het Weesgegroet bestond nog niet (over de ontstaansgeschiedenis van het Weesgegroet schrijf ik in een volgende blog); in Vlaanderen wordt de rozenkrans ook wel een paternoster genoemd.

In de twaalfde en dertiende eeuw gaan vrome mensen het Weesgegroet herhalen als gebedsoefening. Zoals monniken en zusters dagelijks alle honderdenvijftig psalmen uit de Bijbel bidden, is het niet weggelegd voor mensen die niet kunnen lezen en schrijven. Honderdvijftig maal een gebed herhalen dat ze uit het hoofd kennen lukt wel. Zo wordt de rozenkrans het ‘psalmgebed van de armen’. Tussen de Weesgegroeten door roept men Maria aan met haar eretitels, zoals we die ook kennen uit de litanie van Maria (de litanie van Loreto).

Vanwaar de naam rozenkrans?

Madonna im Rosenhag, Stefan Lochner, 1448

Waar komt die naam rozenkrans vandaan voor het bidden van een reeks van Weesgegroeten? Dat heeft te maken met de associatie van Maria met de roos. Al in de vierde eeuw noemt Ambrosius Maria een roos zonder doornen. Daarin klinkt mogelijk iets door van de Griekse en Romeinse literatuur waarin de roos de bloem is van de godin van de liefde (Aphrodite, Venus). Kransen van rozen zijn in de middeleeuwen bekend gebleven bij meifeesten: meisjes lieten daarmee zien dat zij beschikbaar waren voor de huwelijksmarkt. En deze associaties met de liefde sloten weer aan bij het beeld van Maria als de bruid van het Hooglied, een bijbelboek dat juist in de dertiende eeuw heel populair is.

In de vijftiende eeuw vervangt de Kartuizer monnik Dominicus van Pruisen de eretitels van Maria door meditaties over gebeurtenissen uit het evangelie. Zij staan bekend als de geheimen van de rozenkrans: vijf blijde, vijf droeve en vijf glorievolle geheimen. Zo verschuift het accent van Maria naar Jezus als onderwerp van de rozenkrans, wat de Kerk wel goed uitkwam. Ook worden extra gebeden toegevoegd bij ieder ‘tientje’ (reeks van tien Weesgegroetjes tussen twee OnzeVaders) en aan het begin en einde van het rozenhoedje (vijftig Weesgegroetjes; eenmaal het kralensnoer rond). Paus Johannes Paulus II voegde in 2002 vijf nieuwe geheimen toe: de geheimen van het Licht.

Niet meer nadenken

Soms hebben mensen er weerstand tegen om ‘op de automatische piloot’ te bidden: hoe kun je dan de inhoud van de woorden bewust tot je door laten dringen? Maar dat is nu ook precies de waarde van herhalend gebed. De essentie van de herhaling is juist dat je niet meer hoeft na te denken over de woorden, terwijl de inhoud en betekenis van het gebed zich ondertussen in het hart nestelt. Het zacht of hardop bidden geeft ritme en regelmaat aan de ademhaling. Het vasthouden van een snoer helpt om bij te houden hoe ver je bent; je handen helpen je te richten op het doorgaan. Hoe minder je hoeft na te denken, hoe meer innerlijke ruimte het schept: het helpt om leeg te worden. Zo wordt de rozenkrans een meditatie om open te worden voor God-in-ons of God-met-ons.

Nieuwe rozenkransvormen

Wil je zelf eens ervaring opdoen met de rozenkransmeditatie, beperk je dan eerst tot het bidden van Weesgegroetjes op de kleine kralen afgewisseld met de OnzeVaders op de grote kralen. Pas als je dit vloeiend kunt, ontstaat er ruimte om tijdens het bidden te mediteren op iets anders. Dat kunnen de geheimen zijn, maar je kunt ook aan een hedendaagse invulling denken. Voor het Werkkatern Vieringen met Maria schreef ik drie variaties van een rozenkransgebed: met citaten uit het dagboek van Etty Hillesum, met bijbelse profetessen, en met liederen van Hildegard von Bingen als meditaties.

 

Bij de afbeelding bovenaan: Maria Roosen, Roosenkrans, tijdens de tentoonstelling over Maria in het Catharijneconvent, 2017

Post Author: Marian Geurtsen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *