Lebuinus van Deventer

Het ideaal van de Ierse en Angelsaksische missionaris-monniken was om net als Jezus vreemdeling te zijn op aarde te zijn. Vandaar hun keuze om huis en haard te verlaten om reizende zwerver te worden (peregrinus, ons woord pelgrim komt hiervandaan). Volgens de legende was Lebuinus een van de twaalf gezellen van Willibrord, toen deze in het jaar 690 uit Engeland voet aan wal zette in de Lage Landen. Maar de historici houden het erop dat hij in 754 zich bij de bisschop van Utrecht gemeld heeft om het avontuurlijke leven van het evangelie te verkondigen. Hij werd naar Deventer gestuurd en bekeerde veel Saksen tot het christendom. Zeer tot ongenoegen van de Saksische stamoudsten. In het jaar 772 was hij bij een Saksische dingvergadering (vergadering van stamhoofden) in Marklo aan de Wezer om te vertellen over het ideaal van het vreemdelingschap. Maar de Saksen zagen in al dat idealisme alleen maar bedreiging van de bestaande orde. Ze kwamen op hem af om hem te vermoorden. Precies op dat moment opende een beukenboom zich zodat Lebuinus erin verborgen werd. Zo werd hij beschermd tegen de moordwapens van de Saksen.
De eerste kerk stichtte Lebuinus in Wilp, met de hulp van een vrouw: de weduwe Averhilde. Daarna trok hij de IJssel over en bouwde kerken in Deventer en de streek rondom. In de Lebuinuskerk (Grote Kerk) van Deventer ligt hij begraven.

Bericht auteur: Marian Geurtsen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.